Valentijnsdag. De dag om de liefde te vieren. Met voor de hand liggende Hallmark kaarten; chocolaatjes die er lekker uitzien (maar het niet zijn); liefdesverklaringen die – op zijn zachtst gezegd – niet spontaan overkomen.

Maar naast dit cynisme wat standaard bij deze dag hoort, wil ik toch even stilstaan bij wat deze dag symboliseert: de liefde. En die uitspreken. Daarom wil ik het heel graag hebben over mijn grote liefde. De man waar ik de toekomst mee wilde meemaken, mijn eerste ‘ware’.

Die man heeft mij een life-changing cadeau gedaan, waar ik hem ultiem dankbaar voor ben. Het was tijdens het eerste jaar van ons eerste kind (over life-changing cadeaus gesproken). Ik zat niet lekker in mijn vel. Kon prima functioneren op mijn werk, maar thuis… Pffffff, het leek wel of ALLES me zwaar viel. Ik weet nog dat ik op mijn verjaardag net voor de visite voor de deur stond mijn tranen wegveegde. Het voelde allemaal zo zwaa-aar, hoe kwam ik erbij dat het leuk was een feestje te geven?

Als ik erop terugkijk heb ik gemengde gevoelens. Van de ene kant denk ik: Mens, wat heb je het jezelf toch moeilijk gemaakt! Van de andere kant denk ik: Tja, een jong gezin heeft het nou eenmaal druk. Was het wel heel anders dan bij anderen? Was er echt iets met me aan de hand, of hoorde het gewoon bij die fase?

In ieder geval zat ik op een gegeven moment huilend bij de dokter en wist hij me na 2 zinnen te vertellen dat ik een postnatale depressie had.

Pardon?

Dat kan helemaal niet!

Punt 1: ze is al 10 maanden. Punt 2: ik heb haar ongelofelijk lief, ik heb alleen zelf niet zo veel energie meer. Heb ik geen ijzertekort of zo?

De dokter heeft braaf bloed bij me afgenomen, maar nee: het was geen ijzertekort.

Nou ja, ok, dan niet, maar postnatale depressie? No way.

Ik negeerde deze diagnose gewoon.

Het paste niet bij hoe ik mezelf zag en hoe ik door het leven wilde gaan. Ik kende mezelf als open en spontaan meisje en daar past geen postnatale depressie bij. Ik kon het niet accepteren.

Doen alsof het er niet was, dat was wat ik deed.

Totdat mijn man zei: “San, ik zie dat het niet altijd lekker gaat. Maar waar zit je met je hoofd? Als je me dat niet vertelt, kan ik je ook niet helpen.”

Een keerpunt. Niet in 1 keer, maar achteraf (het kind in dit verhaal viert binnenkort haar 11e verjaardag 😊). Als ik terugkijk op die periode kan ik heel duidelijke eyeopeners benoemen die ik toen stap voor stap ervaren heb. Eyeopener 1 was er meteen toen Tim (de man) zei dat ie zag dat er wat aan de hand was. “Huh? Ik zeg er toch niks over?!” Uuh, nee, maar het was toch zichtbaar. Eyeopener 2 kwam toen ik inderdaad ging delen ‘waar ik zat met mijn hoofd’. Dat was fijn om te doen! Ik voelde me direct gesteund, alleen maar omdat ik deelde wat me bezig hield.

Eyeopener 3 was mindblowing voor mij. Er kwam namelijk iets heel anders uit mijn mond dan wat ik mijn hoofd had. Heel raar hoor, om dat mee te maken. Ik had in mijn hoofd dat ik (hoe typisch..) alle ballen in de lucht wilde houden, ook al had ik nu een kind. Ik wilde nog steeds aan alles meedoen wat er in mijn leven was: clubjes, vriendinnen, sporten, werken, de hele rambam.

Maar wat kwam er uit mijn mond toen ik deelde wat ik dat weekend het liefste zou doen?

Thuisblijven. Lekker rustig, met zijn drietjes. (Say what?!) Dus ik wil liever niet mee naar dat feestje. (Huh, wel toch? Wat gebeurt hier?)

Ik bleek dus naar iets totaal anders te verlangen dan wat ik dacht te verlangen. En daar kwam ik pas achter door het te delen met iemand. Heel bizar vond ik, maar zo waardevol. Dat inzicht is voor mij life-changing geweest. Ik vertel belangrijke dingen niet pas als ik er zelf helemaal uit ben, maar al eerder: op het moment dat het me bezighoudt. En nee, dat gaat niet altijd vanzelf. Maar als ik terugdenk aan dat ene moment dat Tim me vroeg: “San, waar zit je met je hoofd?”, weet ik weer hoe het me helpt om dingen hardop uit te spreken. Je komt erachter wat je echt belangrijk vindt.

Misschien heb je mijn verhaal al eerder gehoord of gelezen. Toch wilde ik het heel graag nog een keer vertellen. Omdat het me zo dierbaar is. Ik er zoveel aan gehad heb. En omdat het de basis is van wat ik doe met de Vertelschool: helpen je woorden te geven aan wat je belangrijk vindt. Op deze dag van de liefde wil ik dus nog een keer extra roepen dat delen ertoe doet. Delen doet ertoe, xx.