Blog

“Potverdikkie, waarom vind ik dit nou zo moeilijk? Zeg het gewoon, San!”

door | 11 maart 2020

Ik wilde al vanaf mijn 4e juffrouw worden. Op de middelbare school veranderde dat naar docent. Ik had 2 favoriete vakken en koos geschiedenis om verder te studeren. (Het andere favo-vak was gym en ik zag mezelf niet tot aan mijn pensioen in een trainingspak rondlopen.)

Op de lerarenopleiding ná mijn bul geschiedenis kwam ik mensen tegen die zo van het vak geschiedenis hielden dat ze er de hele dag mee bezig wilde zijn en daarom leraar wilden worden. Bij mij was het net andersom: ik wilde zo graag lesgeven dat ik mijn allerliefste vak had gekozen om docent in te worden. Maar ik was net zo lief volleybaltrainer, gids in de stad, workshopleider en ál die andere beroepen die ik naast het docentschap ook deed.

Het was dus niet eens zo’n gekke overstap toen ik na het lesgeven op de middelbare school, juf werd op de kinderboerderij.

 

Ik miste de pubers…

Ik heb dat een jaar met heel veel plezier gedaan, maar ik miste de pubers. En zo kwam het dat ik terecht kwam bij een afdeling van de gemeente Rotterdam die natuur- en milieueducatie gaf aan middelbare scholen. Yes, ik was terug op het honk, en meteen op álle middelbare scholen van de stad.

En zo rolde ik van het een in het ander. Door die nieuwe baan werd ik ‘projectleider’. (Dat was ik toen helemaal niet, kwam ik achter toen ik een opleiding projectmanagement ging doen, maar zo heette de functie nou eenmaal.) En ook daar vond ik een weg om naast mijn officiële taken met groepen te kunnen werken. Ik werd begeleider van ‘project start-ups’. Excuses voor de terminologie.

Ik leerde heel veel over groepsdynamiek en hoe je daar als docent/begeleider/trainer iets mee kan doen.

 

Groepsdynamiek, het is er altijd. Maar ik welke vorm?

Groepsdynamiek is voor veel trainers-in-spe een spannend iets. Je weet dat het er altijd is. Je weet alleen niet in welke vorm, of het ondermijnend is, hoe je het kan ombuigen.

Ook ik heb moeten leren omgaan met groepsdynamiek. Niet uit een boekje, maar door veel met groepen te werken. Ik herinner me mijn eerste actie tijdens het begeleiden van zo’n ‘project start-up’ nog heel goed.

Ik had al een paar keer iets opgevangen. Signalen dat het tussen de projectleden niet helemaal soepel liep. Mensen begrepen en vertrouwden elkaar niet. Maar dat signaleren is één. Hoe dóe je er vervolgens wat mee als begeleider? Wist ik veel.
Die eerste signalen heb ik dan ook maar vakkundig genegeerd. Net doen of je niks hebt gemerkt. Kijken of het vanzelf beter wordt.
Nou, nee dus.
Toen ik dat eenmaal doorhad, kón ik niet anders dan er wat mee doen. “Potverdikkie, waarom vind ik dit nou zo moeilijk? Zeg het gewoon, San!” Pfff, je kan zo van die gedachtes hebben die over elkaar heen buitelen.

Anyway. Ik kwam in actie.

Ik legde het programma stil. Ik zei: “Ik weet niet wat er speelt, maar ik voel dat er iets aan de hand is wat niet uitgesproken wordt, maar jullie wel in de weg zit om dit project goed op te starten”. Pffffff, adem in adem uit.

Dat was alles wat ik deed. Ik hield verder mijn mond.

De groep keek elkaar aan. Sommigen keken weg. Draaiden met hun ogen. En eentje zat te schuiven op haar stoel. Ze zei: “Je hebt gelijk. Er zit iets niet goed. Ik weet ook niet wat, maar het stoort. Hier moeten we wat mee”.

Binnen die groep werd het niet meteen koek en ei. Dat kan toch ook niet? Het belangrijkste is dat ze het over het goede zijn gaan hebben. Niet alleen over de gemakkelijke onderwerpen, maar juist over de dingen die heel lang onder de oppervlakte blijven maar niet-normaal-veel invloed hebben op de sfeer en het functioneren van een team.

Met alleen maar even benoemen van wat je ziet, kom je dus al een heel eind met die ingewikkelde – maar razend interessante – groepsdynamica.

 

Goede groepsgesprekken toegewenst.  

Ferdi, Karina, Sandra, Sandra, Suzan & Tyche

Leer inspirerend te spreken