#10 tips voor storytelling

Storytelling: zo maak je je verhaal beeldend, concreet én persoonlijk

Vertelschool Rotterdam overlaadt je graag met tips om makkelijk storytelling-technieken toe te passen op je werk. Hieronder vind je de 10 beste tips. 

Je praatje wordt er interessanter van én het leidt tot betere resultaten. De mensen die naar je luisteren doen dat aandachtiger, onthouden je beter en vertrouwen je meer.

Thumbs up for storytelling!

Heb je vragen of wil je sparren over jouw verhaal? Bel of mail de Vertelschool Rotterdam: 06-40228082 of info@vertelschoolrotterdam.nl

Storytellingtip #1
Vertel over een situatie uit jouw praktijk. 

We hameren erop in de training: zeg het met een voorbeeld. In een goed verhaal blijf je weg van algemeenheden. Je beschrijft een specifieke situatie, die je zelf hebt meegemaakt. Als ik over mijn werk vertel, gebruik ik voorbeelden die aangeven waar ik supertrots op ben. Bijvoorbeeld die ene deelnemer die in de eerste sessie niets persoonlijks wist te melden over het werk. Niks, nada, noppes. De lippen bleven stijf dicht na het noemen van zijn functie. Dat kwam heel koud en kil over, zeker na de jaloersmakend gloedvolle verhalen van zijn collega’s. Die konden wél overbrengen waarom ze daar werkten. In de tweede sessie leek het wel of er een ander persoon zat. Hij had de  storytelling-technieken toegepast en voerde ons mee in het verhaal hoe hij een collega aan haar droombaan had kunnen helpen. 

Kun je je voorstellen hoe anders de collega’s hem zagen, naar hem luisterden die tweede keer? Ik zeg toch: vertel het met een voorbeeld.

Storytellingtip #2
Zorg dat er een omwenteling in je verhaal zit.

Zelf willen we rimpelloos door het leven glijden en het ene succes op het andere stapelen. Maar 1) zo werkt het leven niet en 2) dit zijn niet de verhalen waar je naar wilt luisteren: saaaaai. Juist als er flinke obstakels en grote risico’s in het spel zijn, dán is het interessant om te horen. Ik weet nog toen ik de eerste keer bij RotterZwam kwam. (Ze kweken oesterzwammen op koffiedik in het oude Tropicana-zwembad.)

Ze hadden me uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek en groupe. Voordat we één voor één onze pitches mochten houden, introduceerde Siemen Cox zichzelf: hij was zelfstandig – en niet onverdienstelijk – pensioendeskundige en had zijn schaapjes dus goed op het droge. Maar het was niet wat hij met zijn leven wilde. Wat dan? Wat kon hij doen om wel van betekenis te zijn voor de planeet en tegelijkertijd zelf een leuk leven te hebben (namelijk door elke dag te doen wat ie heel graag doet)? Van strobouw tot permacultuur: he’s seen it all. Tijdens deze intensieve zoektocht stuitte hij op het boek van Gunter Pauli: The Blew Economy. Daarin vond hij één van de businessmodellen om voedsel te maken van afval: oesterzwammen op koffiedik. “Het enige was”, voegde hij droogjes toe, “dat er niet bij stond hóe dat moest”. Vanaf hier begint de obstaclerun pas echt: experimenteren met kweekmethoden, het kraken van het voormalig subtropisch zwemparadijs, het nemen van een tweede hypotheek om deze droom na te jagen. Mijn respect voor hem en wat hij heeft gedaan groeide met de minuut dat ik naar hem luisterde. 

Hoe zou dat zijn geweest als hij alleen de successtory had gedeeld? Hup, van pensioenadviseur naar: en zie hier de kwekerij. Dan had ik me nooit kunnen inbeelden wat de weg ernaar toe had betekend, voor hem als ondernemer en als persoon. 

Een verhaal zonder omwenteling (of verandering) is saai. Je publiek blijft geboeid als je niet alleen maar over je successen praat. De weg ernaartoe is minstens zo interessant, maar minder vanzelfsprekend om te delen. Om de kunst af te kijken, heb ik een extra tip: ga een keer kijken (als het straks weer kan) bij de FuckUp Nights. 4 sprekers op een avond die vertellen over hun grootste FuckUp, te zien in steden over de hele wereld. Briljant. 

Storytellingtip #3
Hoe concreter hoe beter

Ik zeg niet: hoe uitgebreider hoe beter. Dus als je ergens over vertelt, hoeft je publiek niet álles te weten. Maar als je je bijvoorbeeld voorstelt op een netwerkbijeenkomst wil ik wel weten wat voor werk je doet en niet alleen bij welke organisatie je werkt. 

Bij dit onderwerp dwalen mijn gedachten altijd af naar mijn vader. Die wil zo precies vertellen dat hij álle details benoemd en daarmee zooo lang aan het woord is dat hij ons – sorry voor de belediging – in slaap sust. Dat is níet wat ik bedoel met: hoe concreter, hoe beter. Want het maakt voor het verhaal dat je een lekkere duik hebt genomen in het meertje achter je huis echt niet uit dat de tuinman er die dag ook was en de wilde grassen die rondom het hele terras staan heeft bijgeknipt. Wat hij vorig jaar trouwens veel te rigoureus had gedaan en ze nu nog maar net weer opgekomen waren. Het tuinbedrijf had ook een drietal bordjes in de tuin geplaatst, zodat alle buren konden zien wie de tuin onderhoudt. Uuuhhh, you lost me here. 

Even terug naar het voorstellen op een netwerkbijeenkomst. Je kan je functie noemen om te zeggen wat je doet. Maar veel functienamen zeggen me niet zoveel. Noem bijvoorbeeld waar je nu aan werkt als je projectleider bent. Of met welk onderwerp je je vooral bezighoudt als je HR-manager bent. Voor welke klanten je werkt als je private investor bent bij een bank. Leraar op een basisschool? Zeg erbij welke groep je lesgeeft. Zo kan ik eindeloos doorgaan; mijn punt is: maak ff duidelijk wat je precies bedoelt (maar pas op voor ellenlange beschrijvingen). 

Storytellingtip #4
De moraal van dit verhaal: zonder doel zeg je niks

Storytelling draait om goede verhalen vertellen. Wanneer is je verhaal goed? Smaken verschillen. Ik ben van de stroming: als je je boodschap goed kan overbrengen. Dus de kern van wat je wil zeggen is waar mensen met aandacht naar luisteren, wat ze onthouden én – kers op de appelmoes, slagroom op de taart – erdoor in actie komen.

Je kent de moraal van het verhaal wel uit de sprookjes. De laatsten zullen de eersten zijn (Assepoes), ijdelheid loont niet (Sneeuwwitje) en als jij de kat krijgt uit de erfenis van de molenaar kan dat onverwachts gunstig uitpakken? (De Gelaarsde Kat) Deze moralen zijn vooral ter lering. En wie weet staat ooit iemand stil bij deze opvoedkundige verhalen als ze het spreekwoordelijke engeltje op de ene en duiveltje op de andere schouder hebben staan. In dat geval kan het aanzetten tot de juiste actie.

Voor verhalen op het werk is de boodschap overbrengen niet genoeg vind ik. Je wil er iets mee bereiken bij je publiek. Ik kom er in een latere tip (tip #8) op terug dat je dit doet door een goede voorbereiding. Maar nu wil ik het hebben over het sluitstuk van je verhaal: je oproep om in actie te komen.

Het aller- aller- állerbelangrijkste van de ‘call to action’ is: dóe een call to action. Vraag aan je publiek om je te bellen bij een probleem, smeek je publiek om de actie op Facebook te liken, hits de zaal op om 10 minuten per dag te gaan wandelen, verleid ze om mee te werken aan de komende reorganisatie.

Hoe doe je een goede call to action? Door een eenduidige opdracht te geven, die concreet is en waarvan het duidelijk is wanneer die moet gebeuren.
Voorbeeld? Komt ie, uit mijn eigen koker. En – hint hint – dit voorbeeld mag je uitvoeren hoor, graag zelfs!

Wil je meer tips over inspirerend vertellen over je werk? Schrijf je dan hier in voor mijn blog. Vol verhalen uit de praktijk, elke 2 weken in je mailbox.

Storytellingtip #5
storytelling tip 5
Zeg ff waar het was

Er zijn een paar van die dingen die je gewoon ff wilt weten als iemand een verhaal begint. Waar was je? Wanneer dan? Met wie? Als je te weinig van dit soort concrete details toevoegt, blijven de luisteraars met een hoofd vol vragen zitten. Je helpt ze door die vragen niet te lang onbeantwoord te laten. Dus zeg ff waar het was, in welke tijdsperiode en eventueel met wie je die situatie hebt beleefd. Dan zijn de hoofdjes van je publiek weer leeg en kunnen ze met volle aandacht naar de inhoud van je verhaal luisteren.

Storytellingtip #6
Kadootje bij deze tip: een storyboard!

Een goed verhaal heeft de juiste volgorde van ingrediënten. Tijdens onze trainingen laten we de deelnemers werken met een storyboard: 8 vakjes, op de juiste volgorde, waarin alle onderdelen van een goed verhaal op de juiste plek staan en die ze dus ‘alleen nog maar’ hoeven in te vullen. Wat je op welke plek in moet vullen, staat al voorgedrukt. Je kan dus direct aan de slag met je eigen kleurtjes, stiften of favoriete vulpen.

Download het Storyboard gratis

Teken, schrijf, priegel en pruts in elk vakje wat, zodat je niks overslaat. Niet meteen tevreden? Niet getreurd. Verhalen vertellen doe je íedere keer opnieuw, dus íedere keer kun je jezelf verbeteren. 

Vind je het superleuk om hiermee bezig te zijn, en kun je wel wat hulp gebruiken? Bel of mail gerust voor een uurtje sparren (dat is gratis). Dan nemen we samen door wat je wilt bereiken met je verhaal, wat er nu nog niet lukt en help ik je op weg om het wél voor elkaar te krijgen. Een soort Eerste Hulp Bij je Verhaal. Lijkt je dat wat? Mail dan naar: info@vertelschoolrotterdam.nl o.v.v. Spargesprek inplannen of bel me op: 06-40228082.

Storyboard
Storytellingtip #7
Storyboard
Benoem de hoofdpersonen: medestanders en tegenstanders

Een verhaal goed vertellen lijkt een beetje op de 5 w’s (en 1 h) uit de journalistiek: wat, waarom, wanneer, met wie, etc. Voor een goed verhaal zijn niet alle details nodig, maar naast een plaats- en tijdsbepaling (zie tip #5: Zeg ff waar het was), is het wel prettig voor de luisteraar om te weten wie er in het verhaal een relevante rol speelt. Nou heb ik goed nieuws voor je:

  • de meeste mensen die ertoe doen in je verhaal, noem je vanzelf. Daar hoef je niet bij na te denken, die zijn nodig om het verhaal überhaupt te kunnen vertellen;
  • om erachter te komen welke mensen óók een cruciale rol hebben, maar die jij nog niet als zodanig in het snotje had, heb ik een tip:

ga in vogelvlucht stap voor stap door je verhaal. Wie zie je opdoemen die je als medestander of als tegenstander kan typeren? Inclusief jezelf. Zoom in op de mensen die je nog niet in je verhaal had opgenomen. Bekijk of ze een relevante rol spelen. Zo ja, benoem ze dan de volgende keer dat je dit verhaal vertelt. Ze zullen het verrijken.

Storytellingtip #8
Voorbereiding: snap goed wat je wilt zeggen

“Ik doe niet eens boodschappen met een briefje”, sputtert ze. Ik moet een beetje lachen, want ik heb Laura leren kennen als een lichte chaoot, dus dit verbaast me niks. En natuurlijk komt ze inderdaad ook niet met de spulletjes thuis die ze nodig had voor dat recept wat ze eigenlijk wilde klaarmaken. Ook al is ze dus niet van de voorbereiding en de planning, blijft mijn tip wel hangen: “Maak een boodschappenbriefje. Íedere keer dat je een gesprek gaat voeren. Net als je voor een diner heel concreet de ingrediënten in huis haalt, stel je een lijstje op van wat je wilt ‘halen’.”
“Tjee, ja, klinkt heel overzichtelijk. Lekker zeg.” Ik zie haar schouders zakken. “En eh…. hoe doe ik dat dan?”

Het klinkt zo simpel: maak van tevoren een boodschappenbriefje. Maar haar vraag HOE DAN?! Is volledig terecht. We voeren zoveel gesprekken op een dag dat we vaak niet eens stilstaan bij het doel van die gesprekken.

Waar het op neer komt is dit: vóór iedere meeting vraag je jezelf af met welk resultaat je naar buiten wilt lopen (of je scherm dicht wil klappen).

Wat heb jij deze week voor gesprekken te voeren? Kies er 1 uit. Neem er 2 minuten de tijd voor om het ultieme doel van dat gesprek te formuleren. Bijvoorbeeld: kennismaken, een idee verkennen, deze knoop doorhakken, deze deal binnenhalen. Wedden dat je veel meer gefocust dat gesprek in kan? En repeat voor het volgende gesprek. En repeat. Zodat je in een groef komt waarbij je iedere keer dat je een gesprek ingaat, een ‘boodschappenbriefje’ bij je hebt.

Storyboard
Storytellingtip #9
Storyboard
Emotie, een verhaal kan niet zonder emotie

Eng hè? Emoties. Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Als ik in een rollercoaster van emoties zit (denk aan zo’n gelukzalig gevoel als je met je modelgezin aan het avondeten zit, de kinderen gezellig babbelend, jij sippend aan een wit wijntje – net uit de koelkast – en je vooruit droomt over de aanstaande vakantie naar dat avontuurlijke ver-weg-land. En KLATS, daar gaat de waterkaraf om. Je voelt de natte plek in je broek steeds groter worden. Het water blijft van de tafelrand druipen. De kinderen ontsteken in een hysterisch gekrijs om de schuld vooral niet in de eigen schoenen geschoven te zien. Pffff, zak erin. Rothumeur. Boos op jezelf dat je je zo makkelijk van de wijs laat brengen).
Op zulke momenten háát ik mijn gevoeligheid. Hoe lekker zou het zijn om je heel stabiel ‘gewoon ok’ zou voelen?

Tegelijkertijd kan ik niet zonder. Ik lééf en dat beleef ik ten volle. Dat vind ik mooi. 

Maar net als niet iedereen van gelukzalig naar opgefokt zelfverwijt gaat door een ongelukje met een waterkaraf, heeft niet iedereen dezelfde behoefte om naar de emotie van een ander te luisteren. Sommigen zitten er niet zo op te wachten dat het een emotioneel verhaal wordt. Maar mijn insteek is: zonder emotie geen verhaal. Kijk maar wat er overblijft van het bovenstaande verhaaltje: gezin zit aan tafel te eten, de kinderen babbelen, de moeder drinkt wijn en mijmert. De waterkaraf valt om en de broek van de moeder wordt nat. De kinderen krijsen. (Ja, dus? Nou, en?)

Ok, dus we zijn het eens: een verhaal kan niet zonder emotie. Vind je het nog steeds eng of op zijn minst niet comfortabel om emoties te verwerken in je verhaal over je werk? Bedenk dan dat woorden als trots, nieuwsgierig, energiek, verrast, vrolijk, opgelucht, onder de indruk en dankbaar ook emoties overbrengen. Het hoeft niet altijd tranen met tuiten of kippenvel te zijn om een goed verhaal te vertellen. Zo zijn emoties wel te doen toch? Maak er een verhaal van waar je publiek van kan smullen! 

Storytellingtip #10
Blijf authentiek: wat je zegt is waar en waarom je het zegt is juist

Ik heb 1 keer meegemaakt dat iemand een verhaal vertelde waar ik plaatsvervangende schaamte van kreeg. Hij deed alsof hij een ziekte had. Letterlijk. Hij zei: “Ik ben ziek.” Dat was zijn openingszin. 

Ik gaf een workshop storytelling aan studenten van de Hogeschool Rotterdam die een eigen bedrijf waren gestart. Ze moesten aan potentiële investeerders en klanten kunnen overbrengen welke missie ze hadden en waarom zij hun vertrouwen (en klinkende euro’s) in hun start-ups verdienden. De docent deed enthousiast mee aan de workshop en klom ook het podium op. Ik schrok van wat hij zei en voelde instant met hem mee. Wat voor ziekte zou hij hebben? Was het ernstig? Had hij er nú last van? Toen hij verder ging met zijn praatje, zakte mijn mond open en werd ik een beetje pissig. Hij had “de ondernemersziekte: ik heb meerdere bedrijven opgezet en weer verkocht en dat is een verslaving geworden”. Ik voelde me erin geluisd. Zo niet integer. 

Het kan ook anders. In heel veel gevallen is het grappig en houdt het je publiek bij de les als je ze ff op het verkeerde been zet. Maar getver, doe dat niet met ziekte. Dat vind ik smakeloos. 

Wat ik goed vind aan zijn verhaal is dat ik nu in 1 keer duidelijk kan maken wat ik met authentiek bedoel. (Elk nadeel hep zijn voordeel.) Want in zijn optreden gingen de 2 dingen mis die ik het allerbelangrijkste acht in een authentiek verhaal: 

  1. Dat wat je zegt waar is en 
  2. Dat je intentie waarmee je het zegt juist is. 

Hij wilde de aandacht van zijn publiek trekken door zich schijnbaar van een kwetsbare kant te laten zien. Hij maakte misbruik van iets heel naars, wat helemaal niet waar bleek te zijn. Sterker nog: hij wilde met het vervolg van het verhaal zijn kracht, durf en doorzettingsvermogen bewijzen. Ik was er niet ontvankelijk voor op deze manier. Terwijl ik juist erg onder de indruk was van wat hij heeft bereikt. Hij had die zogenaamde ziekte dus niet nodig om mijn aandacht te krijgen. 

Je authentieke verhaal heeft meer impact: je luisteraar ziet een mens tegenover zich, waar hij/zij zich in herkent. Daar begint het vertrouwen. De basis die je nodig hebt om mensen mee te nemen in de richting die jij voor ogen hebt. Ik zou willen afsluiten met zo’n mooie inspirerende uitspraak dat iedereen die dit leest vanaf nu alleen nog maar authentieke verhalen vertelt. Maar ik weet ook wel dat het niet vanzelfsprekend is om altijd en overal authentiek te zijn, zeker niet op je werk. En toch wil ik het wel van de daken schreeuwen: Be F*cking Authentic! Please 😊

Storyboard