De moeilijkste ‘leerling’ ooit: mijn man…

We waren een paar dagen weg in eigen land. Even weg van het honk en lekker de tijd om aan de slag te gaan met het verhaal van mijn politiek actieve man. Handig als je vrouw een Vertelschool heeft en je campagne wilt gaan voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Vol goede moed gingen we aan de slag met de kern van de boodschap en de pitch van anderhalve minuut.

Die boodschap was het probleem niet. Manlief wist goed te verwoorden waar hij voor staat en wat hij wil bereiken in de stad.

Maar die pitch. Ooh, dat was een werk!

Hij heeft nul komma nul moeite met spontaan voor een publiek staan. Je kan hem zo op een podium hijsen en hij vertelt met heldere stem over het onderwerp, gelinkt aan de actualiteit of de vorige spreker. Geheimpje: ik ben daar een beetje jaloers op. Onvoorbereid een goed verhaal overbrengen, vind ik echt heel knap!

Wat hem echter veel minder goed afgaat (waar hij best wel slecht in is) is rustig en goed verstaanbaar een voorbereid verhaal doen, binnen korte tijd. Pitchen is voor hem een kriem.

Ik heb álles uit de kast moeten halen om hem te begeleiden. Vind jij het ook moeilijk om je pitch te laten klinken alsof je het NIET uit je hoofd opdreunt? Lees dan even mee met de aanpak die ik op mijn man heb losgelaten (en dan hoop ik dat jij al bij de eerste pogingen geholpen bent 😊):

Poging 1:

Schrappen, schrappen, schrappen

De kern van je verhaal is de leidraad van je pitch. Om de boodschap over te brengen, heb je van alles te vertellen. Anekdotes, goede voorbeelden, inhoudelijke uitleg. Dat wordt al snel te veel. Dan ga je ratelen om het tóch in de gegeven tijd te kunnen vertellen. Niet doen. Niet alles vertellen. Kies er 1 of 2 dingen uit die je boodschap het beste illustreren. De rest schrappen. Dat maakt je minder gehaast en kunnen wij je beter verstaan.

(Wat deed mijn man? Braaf schrappen en vervolgens nog steeds ratelen)

Poging 2:

Schrijf alleen steekwoorden op. Niet woordelijk de tekst uitschrijven.

(Wat deed mijn man? Die kwam niet uit zijn woorden. Struikelde over de zinnen. En schreef het vervolgens toch woordelijk uit. Puh)

Poging 3:

Beeld je in dat je het tegen 1 persoon hebt en niet tegen een volle zaal.

Kies iemand uit om je pitch aan te vertellen. Iemand die echt in het publiek staat of een verzonnen iemand. Je stem verandert van ‘presentatiestem’ in ‘praatstem’: je praat alsof je in gesprek bent met iemand.

(Mijn man hoorde het verschil niet tussen deze twee stemmen bij zichzelf. Dus hij kon het ook niet sturen. Hij vond het wel leuk dat ik zo enthousiast werd van zijn praatstem. Maar hij had dus niks aan deze poging)

Poging 4:

Technisch spreken.

Korte zinnen maken. Zuinig met bijzinnen. Waar leg je de pauzes en waar leg je de klemtonen? Oftewel: hoe laat je het spontaan klinken, ook al is het ingestudeerd? Dat ontdek je door je eigen stemgebruik te leren kennen. De stem die je in normale gesprekken gebruikt, wil je ook op het podium kunnen gebruiken. Die past bij jou en daar luistert je publiek het liefst naar.

(This one did the trick. Hij blij, ik opgelucht: we zaten namelijk al in de auto op de weg terug naar huis)

Mijn man kan het nu dus, helder en verstaanbaar pitchen. Ik was bijna bang dat het niet zou lukken. Iedereen heeft zo zijn eigen manier om het te leren. Daarom ben ik zo nieuwsgierig naar jouw ervaring: wat heeft jou geholpen om goed te kunnen pitchen? Namens iedereen die het leest, bedankt voor het delen!

Geplaatst in Blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *